Knowledge Base

Wat is SupportAssist en hoe kan ik enterprise-systemen met SA beheren?


Dell SupportAssist zorgt voor automatische ondersteuning door proactief hardware- en softwareproblemen te identificeren. Als er een probleem wordt gedetecteerd, stuurt SupportAssist u hiervan een melding en maakt automatisch een supportaanvraag bij Dell, compleet met de informatie die nodig is om het probleem efficiënt op te lossen.


Inhoudsopgave

  1. Wat is SupportAssist?
  2. Wat zijn de verschillende versies van SupportAssist?
  3. SupportAssist Enterprise
  4. SupportAssist geïntegreerd in iDRAC 9 (14G)
  5. SupportAssist voor OME (tot OME 2.2)
  6. Waarom zou u SupportAssist gebruiken voor het verzamelen van logboeken in plaats van DSET?


1. Wat is SupportAssist?

Bekijk deze korte video en ontdek wat SupportAssist inhoudt:




2. Wat zijn de verschillende versies van SupportAssist?

Er is zowel een standalone- als een plugin-versie van SupportAssist. In dit overzicht vindt u alle huidige beschikbare versies en hun verschillen.
Opmerking: Vanaf OpenManage Essentials 2.3 (OME) wordt de SupportAssist-plugin niet langer ondersteund. OME werkt nu met SupportAssist Enterprise 1.1 en hoger.
Naam Type Support Bronnen
SupportAssist Enterprise Standalone Enterprise-apparaten Handleidingen SupportAssist Enterprise 1.2
SupportAssist voor client Standalone Laptops en desktops Bronnen
SupportAssist in iDRAC 9 Geïntegreerd 14G PowerEdge Handleidingen iDRAC 9
SupportAssist voor OME
(Legacy)
Plugin PowerEdge, PowerVault,
Storage, netwerk
Gebruikershandleiding SA versie 2.2 voor Dell OME
SupportAssist voor SAN HQ Plugin Dell Storage PS-serie (voorheen EqualLogic) Functies SAN HQ
SupportAssist voor SCVMM Plugin Dell Storage SC-serie (voorheen Compellent) SA-versie voor Dell Storage Center SC-serie

Opmerking: Vanaf de 14e generatie Dell PowerEdge servers maakt SupportAssist tevens deel uit van de geïntegreerde Dell Remote Access Controller 9 (iDRAC9) en kan worden beheerd via de iDRAC9 GUI.



3. SupportAssist Enterprise

Dell EMC Enterprise SupportAssist is een applicatie die automatische technische support verzorgt voor uw Dell server, storage- en netwerkapparaten.


SupportAssist Enterprise bewaakt uw Dell apparaten en spoort proactief mogelijke hardwareproblemen op. Wanneer SupportAssist Enterprise een hardwareprobleem detecteert, wordt automatisch een supportcase bij Dell Technische Support geopend en ontvangt u een melding per e-mail.

Opmerking: Data die nodig zijn om het probleem op te lossen worden automatisch door SupportAssist Enterprise verzameld en veilig naar Dell Technische Support verstuurd.

Handleidingen:

Alle relevantehandleidingenzijn beschikbaar op de website van Dell Support.

Veelgestelde vragen:

De veelgestelde vragen voor SupportAssist Enterprise vindt u in dit artikel.

Video’s:

Hier vindt u tutorials over het gebruik van de functies in SupportAssist Enterprise. Klik in de linkerbovenhoek voor een lijst met beschikbare video's.



Meer koppelingen:



Hieronder vindt u de belangrijkste stappen:

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u SupportAssist Standalone op een server met Windows-besturingssysteem moet installeren.

Opmerking: SupportAssist Enterprise kan zowel op een fysieke als virtuele server worden geïnstalleerd.

Opmerking: Voor de SA-host hebt u een server met Windows- of Linux-besturingssysteem nodig. De Linux-versie vindt alleen Linux-systemen via OMSA, maar geen servers met geïnstalleerd Windows-besturingssysteem.


Servers van de 12e, 13e en 14e generatie zijn compatibel met iDRAC met SAE. Voor oudere generaties moet u OMSA (Open Manage Server Administrator) in het besturingssysteem hebben geïnstalleerd. Vind de generatie van uw server in dit artikel.

Software downloaden

Download het installatiebestand voor Windows of voor Linux.
Sla het bestand op en open de map.

SupportAssist Enterprise op Windows installeren

1. Klik met de rechtermuisknop op het installatiepakket voor SupportAssist Enterprise en klik vervolgens opRun as administrator (Als administrator uitvoeren). De pagina Preparing to Install(Installatie voorbereiden) verschijnt eventjes waarna de pagina Welcome to SupportAssist Enterprise Installer (Welkom bij de installatiewizard voor SupportAssist Enterprise) wordt weergegeven.

2. Klik op Volgende. De pagina License Agreement (Licentieovereenkomst) wordt weergegeven.

3. Lees welke informatie SupportAssist Enterprise van apparaten verzamelt en selecteer I agree (Ik ga akkoord).

4. Lees de Dell End User License Agreement (Dell licentieovereenkomst voor eindgebruikers), selecteer I agree (Ik ga akkoord) en klik vervolgens op Install (Installeren). De pagina Installing Dell SupportAssist Enterprise (Dell SupportAssist Enterprise installeren) wordt weergegeven waarna de pagina Installation Completed (Installatie voltooid) verschijnt.

5. Klik op Finish (Voltooien). De pagina SupportAssist Enterprise Login (Aanmelden bij SupportAssist Enterprise) wordt geopend in een browservenster.

Opmerking: Als het systeem lid van een domein is, moet u de gebruikersnaam in de indeling [domein\gebruikersnaam] invoeren. Bijvoorbeeld MijnDomein\MijnGebruikersnaam. U kunt ook een punt [ . ] gebruiken op het lokale domein aan te geven, bijvoorbeeld .\Administrator.

6. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord voor het Windows-besturingssysteem in en klik vervolgens op Login (Aanmelden). De SupportAssist Enterprise Registration Wizard (Registratiewizard voor SupportAssist Enterprise) wordt weergegeven.

Opmerking: SupportAssist Enterprise zou automatisch moeten configureren op het externe SNMP-apparaat. In sommige gevallen werkt de functie echter niet en moet deze handmatig worden geconfigureerd.

Een apparaat toevoegen

1. Klik op Devices (Apparaten). De pagina Devices (Apparaten) wordt weergegeven.

2. Klik op Add Devices (Apparaten toevoegen). De wizard Add Single Device (Eén apparaat toevoegen) of Import Multiple Devices (Meerdere apparaten importeren) wordt weergegeven.

3. Selecteer Server / Hypervisor in de lijst Device Type (Type apparaat).

4. Voer het IP-adres of de hostnaam van de server in het betreffende veld in.

5. Klik op Volgende. De pagina Device Credentials (Apparaatreferenties) wordt weergegeven.

6. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord van de server in de betreffende velden in en klik op Next (Volgende). De pagina Discovering Device (Apparaat zoeken) wordt weergegeven totdat SupportAssist Enterprise het apparaat herkent.

7. Klik op Finish (Voltooien). Het apparaat wordt de lijst met apparaten toegevoegd en de samenvattingspagina wordt weergegeven.

8. Klik op OK om de wizard Eén apparaat toevoegen te sluiten.

Een server toevoegen

Volg hiervoor de onderstaande stappen. Bij de nieuwe generatie kunt u servers rechtstreeks met de iDRAC toevoegen, aangezien die niet afhankelijk is van het besturingssysteem. Bij oudere generaties heeft SupportAssist OMSA als tussenstation nodig tussen SA en iDRAC.
Opmerking: Voor 12G, 13G en 14G servers moet de iDRAC worden toegevoegd. Voor oudere generaties gebruikt u OMSA. (Vind de generatie van uw server in dit artikel)
  • Voor iDRAC
Hostnaam/IP-adres IP van de iDRAC
Weergavenaam naam van uw server
Gebruikersnaam login bij iDRAC
Wachtwoord wachtwoord voor iDRAC
  • Voor OMSA
Hostnaam/IP-adres IP-adres van de server
Weergavenaam naam van uw server
Gebruikersnaam gebruikersnaam van administrator
Wachtwoord wachtwoord van administrator

3. Nadat u op OK hebt gedrukt, wordt het apparaat gezocht.

Het kan even duren voordat het volgende pop-upvenster verschijnt.

U kunt met SupportAssist Enterprise systeeminformatie van een apparaat verzamelen en naar Dell sturen.

1. Klik op Devices (Apparaten). De pagina Devices (Apparaten) wordt weergegeven.

2. Selecteer een apparaat waarvan u systeeminformatie wilt verzamelen en naar Dell wilt sturen. De koppeling Start collection (Verzameling starten) is actief.

3. Klik op Start Collection (Verzameling starten). De kolom Name / IP address (Naam / IP-adres) op de pagina Devices (Apparaten) heeft een voortgangsindicator en laat de status van de verzameling het uploaden van de systeeminformatie zien.

Opmerking: Dit diagnostische bestand wordt aan de servicetag van uw apparaat gekoppeld.

Als SA Standalone een incident detecteert, wordt automatisch een supportcase geopend en wordt het verzamelingsbestand verzonden.

Waar worden de diagnostische bestanden in SupportAssist Enterprise opgeslagen? (SAE)

  • Alleen voor verzamelingen van een storage-apparaat, netwerk, chassis of meerdere apparaten: Selecteer de verzameling op de pagina Collections (Verzamelingen) en klik in het deelvenster met het overzicht van de verzameling op Download File (Bestand downloaden).
  • Als SupportAssist Enterprise op een Windows-besturingssysteem is geïnstalleerd: Navigeer naar C:\Program Files\Dell\SupportAssist\reports en zoek het zipbestand van de verzameling.
  • Als SupportAssist Enterprise op een Linux-besturingssysteem is geïnstalleerd: Navigeer naar /opt/dell/supportassist/scripts/reports en zoek het zipbestand van de verzameling.


4. SupportAssist geïntegreerd in iDRAC 9 (14G)

Vanaf de 14e generatie PowerEdge servers is SupportAssist geïntegreerd in de Integrated Dell Remote Access Controller (iDRAC). Na registratie kan SupportAssist automatisch hardwarefouten identificeren, supportcases aanmaken en zorgen dat Dell EMC contact met de klant opneemt.

Voor probleemoplossing kan de SupportAssist-verzameling handmatig en zonder registratie via de iDRAC-webinterface worden geëxporteerd.


Koppelingen:



5. SupportAssist voor OME (tot OME 2.2)

Opmerking: De onderstaande stappen beschrijven de SupportAssist-plugin voor OpenManage Essentials (OME) 2.2. Vanaf OME 2.3 werkt deze plugin niet meer en is deze vervangen door SupportAssist Enterprise 1.1.

De SupportAssist-plugin voegt proactieve supportopties aan de beheertool OpenManage Essentials toe. Indien de SupportAssist-plugin aan OpenManage Essentials is gekoppeld, wordt Dell Support geïnformeerd als zich een probleem op een server voordoet, maar ook als dit op ondersteunde storage- en netwerkapparaten gebeurt.


Interactieve gebruikershandleidingen vindt u op de website van eSupport:

Dell SupportAssist 2.2 for Dell OpenManage Essentials Support Matrix (alleen in het Engels)
Dell SupportAssist 2.2 for Dell OpenManage Essentials gebruikershandleiding


Hieronder vindt u de belangrijkste stappen:

Dit zijn de vereisten:
  • Dell PowerEdge servers met minimaal Dell OpenManage Essentials versie 2.2
  • U moet bekend zijn met de installatie, configuratie en het gebruik van OpenManage Essentials
Meer informatie over het installeren, configureren en gebruik van OpenManage Essentials vindt u in de betreffende Dell OpenManage Essentials gebruikershandleiding en Dell OpenManage Essentials releaseopmerkingen op Dell.com/OpenManageManuals.

Hieronder vindt u de minimale vereiste softwareconfiguraties:

  • Dell OpenManage Essentials versie 2.2 of later
  • Optioneel: Dell OpenManage Server Administrator (OMSA) geïnstalleerd en operationeel op alle beheerde PowerEdge servers.
Opmerking: OMSA is alleen vereist voor het bewaken van Dell PowerEdge servers als u de servers detecteert met het IP-adres van besturingssysteem. OMSA is niet nodig voor het bewaken van Dell PowerEdge servers van de 12e generatie of later als u de server detecteert met het IP-adres van de iDRAC.
  • SNMP-agent moet worden ingeschakeld op alle beheerde PowerEdge servers, EqualLogic, PowerVault, iDRAC, CMC, netwerken (voorheen Force10 en PowerConnect) en PowerEdge VRTX-apparaten voor het detecteren van OpenManage Essentials.
  • Alle beheerde PowerEdge, EqualLogic, PowerVault, iDRAC, CMC, netwerken (voorheen Force10 en PowerConnect) en PowerEdge VRTX apparaten moeten worden geconfigureerd voor het versturen van SNMP-traps naar de OpenManage Essentials server.
  • Alle beheerde PowerEdge, EqualLogic, PowerVault, iDRAC, CMC, netwerken (voorheen Force10 en PowerConnect) en PowerEdge VRTX-apparaten moeten worden gedetecteerd, gecategoriseerd en geïnventariseerd door de server van OpenManage Essentials.
Opmerking: Voor het bewaken van EqualLogic storage-arrays in SupportAssist moet u de EqualLogic storage-arrays in OpenManage Essentials detecteren met de Group Management IP of Storage Group IP.
  • PowerVault Modular Disk Storage Manager (MDSM) moet zijn geïnstalleerd op de OpenManage Essentials server ter ondersteuning van PowerVault arrays uit de MD-serie.
  • Er moet vertrouwen zijn tussen de domeinen van de beheerserver en de beheerde knooppunten.
  • Microsoft .Net Framework 4.5
  • Microsoft ASP.Net
  • IIS 7.x of 8.x
  • Webbrowser: Internet Explorer 10 of 11; Mozilla Firefox 31 of later; alleen ondersteund op besturingssystemen met Windows.
Dit zijn de minimaal aanbevolen hardwareconfiguraties (Afbeelding 1 - alleen in het Engels):
Hardwarevereisten Dell SupportAssist versie 2.1
Afbeelding 1: Dell SupportAssist versie 2.1 Hardware-eisen
Dit zijn de minimale vereisten:
  • Internetverbinding: standaard Gbe-netwerk.
  • De beheerserver waarop SupportAssist is geïnstalleerd moet kunnen communiceren met de SupportAssist server die door Dell via het HTTPS-protocol wordt gehost.
  • De beheerserver waarop de SupportAssist is geïnstalleerd moet verbinding kunnen maken met de volgende bestemmingen:
OPMERKING: Als u wilt controleren welke bestemmingen bereikt kunnen worden, volgt u de instructies in Ensuring successful communication between the SupportAssist application and the SupportAssist server (Succesvolle communicatie tussen de SupportAssist applicatie en de SupportAssist server).
In de volgende tabel staan de poorten die open moeten zijn op de beheerserver en de beheerde knooppunten (Afbeelding 2 - alleen in het Engels):
Poortdetails Dell SupportAssist versie 2.1
Afbeelding 2 - Poortdetails Dell SupportAssist
OPMERKING: Meer informatie over de andere afhankelijke poorten vindt u in het gedeelte ‘Supported Protocols and Ports’ (Ondersteunde protocollen en poorten) in de Dell OpenManage Essentials gebruikershandleiding op Dell.com/OpenManageManuals.
  1. Meld u aan op de beheerserver.
  2. Ga naar Dell.com/SupportAssistGroup. Download OME en SupportAssist softwarebundel (registratie vereist). Als u OME al hebt, downloadt u SupportAssist voor OME.
  3. Blader omlaag naar het gedeelte SupportAssist voor Enterprise. Klik op OME en SupportAssist softwarebundel in de kolom Softwaredownloads en instructies.
  4. Vul het formulier in en klik op Verzenden. De pagina met de downloadkoppeling wordt weergegeven.
  5. Klik op Downloaden en klik op Opslaan. OpenManage Essentials 2.2 wordt gedownload.
  6. Klik met de rechtermuisknop op het installatiebestand voor OpenManage Essentials en klik op Run as administrator (Als administrator uitvoeren). De WinZip Self-Extractor wordt weergegeven.
  7. Klik opUnzip (Uitpakken).
  8. Klik na het uitpakken op OK. Het venster Dell OpenManage Essentials Install (Dell OpenManage Essentials installeren) wordt weergegeven.
  9. Selecteer Dell SupportAssist. Klik op Install (Installeren). Het venster Dell OpenManage Essentials Prerequisites (Vereisten voor Dell OpenManage Essentials) wordt weergegeven.
  10. Klik op Install All Critical Prerequisites (Alle belangrijke vereiste bestanden installeren).
  11. Klik op Yes (Ja) wanneer u de installatie moet bevestigen en wacht totdat de vereisten zijn geïnstalleerd.
  12. Klik op Install Essentials (Essentials installeren) in het venster Dell OpenManage Essentials Prerequisites (Vereisten voor Dell OpenManage Essentials).
  13. Klik op Yes (Ja) wanneer u gevraagd wordt om Essentials op een lokale of externe database te installeren en wacht totdat Microsoft SQL Express 2012 is geïnstalleerd.
  14. Klik op Install Essentials (Essentials installeren) in het venster Dell OpenManage Essentials Prerequisites (Vereisten voor Dell OpenManage Essentials). Het venster Install Wizard for Dell OpenManage Essentials (Installatiewizard voor Dell OpenManage Essentials) wordt weergegeven.
  15. Klik op Volgende. De pagina License Agreement (Licentieovereenkomst) wordt weergegeven.
  16. Lees de voorwaarden en als u hiermee akkoord gaat, selecteer dan I accept the terms in the license agreement (Ik ga akkoord met de voorwaarden in de licentieovereenkomst) en klik op Next (Volgende). De pagina Setup Type (Type installatie) wordt weergegeven.
  17. Klik op Volgende. De pagina Ready to Install the Program (Klaar om het programma te installeren) wordt weergegeven.
  18. Klik op Installeren. De pagina Installation Completed (Installatie voltooid) wordt weergegeven.
  19. Klik op Finish (Voltooien). De startpagina van OpenManage Essentials wordt in een nieuw browservenster weergegeven. Tegelijkertijd wordt het venster Welcome to Dell SupportAssist Installer (Welkom bij het installatieprogramma voor Dell SupportAssist) weergegeven.
  20. Klik op Next (Volgende) in het venster Welcome to Dell SupportAssist Installer (Welkom bij het installatieprogramma voor Dell SupportAssist). De pagina License Agreement (Licentieovereenkomst) wordt weergegeven.
  21. Lees welke data SupportAssist verzamelt en selecteer I agree (Ik ga akkoord).
  22. Lees de licentieovereenkomst en selecteer I agree (Ik ga akkoord).
  23. Klik op Next (Volgende) en wacht tot de installatie is voltooid.
  24. Klik op Finish (Voltooien). De installatiewizard SupportAssist wordt in een nieuw browservenster weergegeven.
Opmerking: OMSA is alleen vereist voor het bewaken van Dell PowerEdge servers als u de servers detecteert met het IP-adres van de server. OMSA is niet nodig voor het bewaken van Dell PowerEdge van de servers van de 12e generatie of later als u de server detecteert met het IP-adres van de iDRAC.
  1. Meld u aan op het externe apparaat en download Dell OpenManage Server Administrator Managed Node Version 8.4 voor Windows (64-bits).
  2. Klik met de rechtermuisknop op het installatiebestand voor OpenManage Server Administrator en selecteer Run as administrator (Als administrator uitvoeren). Het venster WinZip Self-Extractor wordt weergegeven.
  3. Klik opUnzip (Uitpakken).
  4. Klik na het uitpakken op OK.
  5. Blader naar de map C:\Openmanage\Windows.
  6. Klik met de rechtermuisknop op het bestand Setup en klik op Run as administrator (Als administrator uitvoeren). Het venster Server Administrator wordt weergegeven.
  7. Klik op Install Server Administrator (Server Administrator installeren). De installatiewizard wordt weergegeven.
  8. Klik op Volgende. De pagina License Agreement (Licentieovereenkomst) wordt weergegeven.
  9. Lees de voorwaarden en klik op Next (Volgende). De pagina Setup Type (Type installatie) wordt weergegeven.
  10. Klik op Volgende. De pagina Ready to Install the Program (Klaar om het programma te installeren) wordt weergegeven.
  11. Klik op Installeren. De pagina Install Wizard Completed (Installatiewizard voltooid) wordt weergegeven.
  12. Klik op Finish (Voltooien).
Opmerking: De volgende stappen zijn gelden alleen voor Microsoft Windows Server 2012 of latere besturingssystemen. Voor alle andere besturingssystemen moet u de volgende stappen overslaan en verdergaan met SNMP Service configureren.
  1. Open Server Manager op het externe apparaat.
  2. Klik op Manage (Beheer) > Add Roles and Features (Rollen en functies toevoegen). De wizard Add Roles and Features (Rollen en functies toevoegen) wordt weergegeven.
  3. Klik meerdere keren op Next (Volgende) totdat de pagina Features (Functies) wordt weergegeven.
  4. Blader omlaag in het deelvenster Features (Functies) en klik op Remote Server Administrator Tools (Administrator Tools externe server) > Feature Administration Tools (Functie Administrator Tools) > SNMP Tools en klik vervolgens op Next (Volgende).
  5. Klik op Installeren.
  6. Klik op Close (Sluiten) als de installatie is voltooid.
  1. Open een opdrachtprompt op het externe apparaat, typ services.msc en druk op Enter. Het venster Services wordt weergegeven.
  2. Dubbelklik in het rechterdeelvenster op SNMP Service. Het venster SNMP Service Properties (Eigenschappen SNMP Service) wordt weergegeven.
  3. Klik op het tabblad Traps.
  4. Voer public in het veld Community in en klik op Add to list (Toevoegen aan lijst).
  5. Klik op Add (Toevoegen) onder Trap destinations (Trapbestemmingen). Het venster SNMP Service Configuration (Configuratie SNMP Service) wordt weergegeven.
  6. Typ het IP-adres van de server waarop OpenManage Essentials is geïnstalleerd In het veld Host name, IP or IPX address (Hostnaam, IP- of IPX-adres) en klik op Add (Toevoegen).
  7. Klik op het tabblad Security (Beveiliging).
  8. Klik op Add (Toevoegen) onder Accepted Community names (Geaccepteerde communitynamen). Het venster SNMP Service Configuration (Configuratie SNMP Service) wordt weergegeven.
  9. Voer public in het veld Community Name (Communitynaam) in en klik op Add (Toevoegen).
  10. Selecteer Accept SNMP packets from any host (SNMP-pakketten van elke host accepteren) en klik op Apply (Toepassen).
  11. Klik op OK om het venster SNMP Service Properties (Eigenschappen SNMP Service) te sluiten.
  12. Klik met de rechtermuisknop op SNMP Services in het venster Services en selecteer Restart (Opnieuw opstarten).
  1. Dubbelklik op het desktoppictogram van OpenManage Essentials van de beheerserver. OpenManage Essentials wordt in een nieuw browservenster geopend.
  2. Klik op Manage (Beheer) in de menubalk en klik vervolgens op het submenu Discovery and Inventory (Detectie en Inventaris). De portal Discovery and Inventory (Detectie en Inventaris) wordt weergegeven.
  3. Klik op Add Discovery Range (Detectiebereik toevoegen). Het venster Discovery Wizard Configuration (Configuratie detectiewizard) wordt weergegeven.
  4. Selecteer Guided Wizard (Begeleide wizard) en klik vervolgens op Finish (Voltooien). De wizard Discover Devices (Apparaten detecteren) wordt weergegeven.
  5. Typ het IP-adres van het externe apparaat in het veld IP-address / range (IP-adres / bereik).
  6. Klik op Add (Toevoegen) en klik vervolgens op Next (Volgende). De pagina Device Type Filtering (Filteren op soort apparaat) wordt weergegeven.
  7. Selecteer het geschikte detectieprotocol.
  8. Klik meerdere keren op Next (Volgende) totdat de pagina Summary (Overzicht) wordt weergegeven.
  9. Klik op Finish (Voltooien). De portal Discovery Range Summary (Overzicht detectiebereik) wordt weergegeven. De portal toont de status van de apparaatdetectie.
  10. Klik op het menu Devices (Apparaten) nadat de detectie is afgerond. De portal Devices (Apparaten) wordt weergegeven. Het gedetecteerde externe apparaat wordt weergegeven in het knooppunt Servers van de boomstructuur All Device (Alle apparaten) in het linkervenster.
  1. Ga naar het browservenster waarin de installatiewizard voor SupportAssist wordt weergegeven.
  2. Klik in het welkomstpagina op Next (Volgende). De pagina Registration (Registratie) wordt weergegeven.
  3. Voer de contactgegevens in, selecteer de gewenste taal voor e-mail en klik op Next (Volgende). De pagina System Credentials (Systeemreferenties) wordt weergegeven.
  4. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in van een gebruikersaccount met beheerdersrechten op de beheerserver en klik op Next (Volgende). De pagina Summary (Samenvatting) wordt weergegeven.
  5. Klik op Finish (Voltooien). De pagina SupportAssist Cases wordt weergegeven.
  6. Klik op het tabblad Settings (Instellingen). De pagina System Logs (Systeemlogboeken) wordt weergegeven.
  7. Typ de gebruikersnaam en het wachtwoord van het externe apparaat in de betreffende velden onder Edit Device Type Credentials (Referenties apparaattype bewerken).
  8. Klik op Save changes (Wijzigingen opslaan).
Dell SupportAssist openen

Als u SupportAssist wilt openen:

Voer een van de volgende acties uit op de beheerserver met OpenManage Essentials:< >Dubbelklik op het desktoppictogram van Dell SupportAssist. Klik op Start→ All Programs→ (Alle programma's), Dell OpenManage Applications (Dell OpenManage applicaties)→ Dell SupportAssist→ Dell SupportAssist. Klik op het tabblad Extensions (Extensies) in het dashboard van OpenManage Essentials en klik vervolgens op de koppeling SupportAssist starten. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in als het dialoogvenster Windows-beveiliging wordt weergegeven en klik vervolgens op OK.

Het dashboard van SupportAssist wordt in een webbrowser geopend. Mogelijk ziet u het dialoogvenster First-Time Setup (Eerste installatie).


SupportAssist instellen

Voer de volgende acties uit om ervoor te zorgen dat SupportAssist de ondersteunde apparaten gaat bewaken, supportcases aanmaakt als er een probleem is met een apparaat en systeemlogboeken naar Dell verstuurt:

Zorg voor een internetverbinding: Als uw systeem via een firewall of proxyserver verbinding met internet maakt, moet u de instellingen van de proxyserver in SupportAssist configureren.

Opmerking: U moet de instellingen van de proxyserver in SupportAssist bijwerken zodra de instellingen van de proxyserver in uw omgeving worden gewijzigd.



Maak een verzameling systeemlogboeken: Configureer de standaardreferenties van het apparaattype voor elk apparaat- en referentietype op de pagina Systeemlogboeken.
Alleen voor het bewaken van Dell Force 10 Ethernet switches: Detecteer Force 10 Ethernet switches opnieuw in Dell OpenManage Essentials.



6. Waarom zou u SupportAssist gebruiken voor het verzamelen van logboeken in plaats van DSET?

SupportAssist is de tool waarmee u diagnostische bestanden vanaf Dell EMC servers 9e generatie en later kunt genereren. Met SupportAssist Enterprise kunt u lokale en externe verzamelingen maken. Deze verzamelingen kunnen handmatig naar de technische support van Dell EMC worden verzonden. Als het apparaat bovendien een geldige garantie heeft en SupportAssist Enterprise hiervoor is geconfigureerd, wordt de verzameling automatisch naar Dell servers geladen en wordt een case aangemaakt.

Voor oudere PowerEdge apparaten die niet door SAE worden ondersteund is de oude Dell System E-Support Tool (DSET) 2.2 voorWindows en Linux systemen tot de 10e generatie beschikbaar.



Artikel-id: SLN299049

Laatste wijzigingsdatum: 18-05-2018 00:57


Beoordeel dit artikel

Nauwkeurig
Nuttig
Eenvoudig te begrijpen
Was dit artikel nuttig?
Ja Nee
Stuur ons feedback
Opmerkingen mogen geen speciale tekens bevatten: <>() \
Excuses, ons feedbacksysteem is momenteel offline. Probeert u het later nog eens.

Hartelijk dank voor uw feedback.