Voorwaarden
Volg de veiligheidsrichtlijnen in het gedeelte Veiligheidsinstructies.
Schakel het systeem uit, inclusief eventueel aangesloten randapparatuur.
Haal de stekker van het systeem uit het stopcontact en koppel de randapparatuur los.
Verwijder het optionele montagekader als het apparaat is geïnstalleerd.
De bovenplaat van het systeem verwijderen:
Draai de vergrendeling naar links, naar de niet-geblokkeerde positie.
Til de vergrendeling naar de achterkant van het systeem.
De systeemkap schuift naar achteren en de lipjes op de systeemkap komen los uit de slots op het chassis.
OPMERKING: De positie van de vergrendeling kan variëren, afhankelijk van de configuratie van uw systeem.
Houd de kap aan beide zijden vast en til deze van het systeem.
De bovenplaat van het systeem plaatsen:
Lijn de sleuven van de systeemkap uit met de lipjes op het chassis.
Duw de vergrendeling van de systeemkap naar beneden.
De systeemkap schuift naar voren en de slots op de systeemkap grijpen in de lipjes op het chassis. De systeemkapvergrendeling wordt op zijn plaats vergrendeld wanneer de systeemkap volledig vastzit in de lipjes op het chassis.
Draai de vergrendeling van de ontgrendelpal rechtsom naar de stand vergrendeld.
Plaats het montagekader als het is verwijderd.
Sluit de randapparatuur weer aan en sluit het systeem aan op het stopcontact.
Schakel het systeem in, inclusief eventueel aangesloten randapparatuur.
Volg de procedure in het gedeelte Nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht.