Vereisten
Volg de veiligheidsrichtlijnen in Veiligheidsinstructies.
Volg de procedure in Voordat u werkzaamheden in de computer verricht.
Zet het systeem uit, inclusief alle aangesloten randapparatuur.
Haal de stekker van het systeem uit het stopcontact en koppel de randapparatuur los.
Leg het systeem op zijn kant.
Verwijder de bovenplaat van het systeem.
Als u de IDSDM/vFlash-module vervangt, verwijdert u de MicroSD-kaarten.
OPMERKING: Label elke SD-kaart tijdelijk met het bijbehorende slotnummer voordat u deze verwijdert. Plaats de SD-kaarten terug in de bijbehorende slots.
De optionele IDSDM- of vFlash-kaart verwijderen:
Houd het treklipje vast en til de IDSDM/vFlash-kaart uit het systeem.
De optionele IDSDM- of vFlash-kaart installeren:
Zoek de IDSDM/vFlash-connector op de systeemkaart. Zie het gedeelte Systeemkaartjumpers en -connectoren om de IDSDM/vFlash-connector te vinden.
Lijn de IDSDM/vFlash-kaart uit met de connector op de systeemkaart.
Duw op de IDSDM/vFlash-kaart totdat deze stevig op de systeemkaart is geplaatst.
Installeer de MicroSD-kaarten.
OPMERKING: Plaats de MicroSD-kaarten terug in dezelfde slots op basis van de labels die u tijdens het verwijderen op de kaarten had gemarkeerd.
Installeer het luchtschild.
Volg de procedure in Nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht:
Plaats de bovenplaat van het systeem terug.
Installeer het systeem indien van toepassing in het rack.
Sluit de randapparatuur weer aan en sluit het systeem aan op het stopcontact.
Schakel de aangesloten randapparatuur in en schakel vervolgens het systeem in.