Voorwaarden
Volg de veiligheidsrichtlijnen in Veiligheidsinstructies.
Zet het systeem uit, inclusief alle aangesloten randapparatuur.
Haal de stekker van het systeem uit het stopcontact en koppel de randapparatuur los.
Verwijder het systeem indien van toepassing uit het rack.
Verwijder de bovenplaat van het systeem.
Koppel de kabels los van de NVDIMM-N-accu.
De NVDIMM-N-batterij verwijderen:
Draai met behulp van de kruiskopschroevendraaier #2 de schroef los waarmee de NVDIMM-N-batterij is bevestigd.
Houd de randen vast en til de NVDIMM-N-batterij uit het systeem.
De NVDIMM-N-batterij plaatsen:
Houd de randen vast en lijn de NVDIMM-N-batterij uit met de batterijconnector op de systeemkaart
Sluit de kabels aan op de NVDIMM-N-batterij.
Draai met behulp van de kruiskopschroevendraaier #2 de schroef vast om de NVDIMM-N-batterij te bevestigen.
OPMERKING: De NVDIMM-N-batterij is niet hot-pluggable.
Sluit de randapparatuur weer aan en sluit het systeem aan op het stopcontact.
Schakel de aangesloten randapparatuur in en schakel vervolgens het systeem in.