Vereisten
LET OP: Het systeem heeft één voedingseenheid (PSU) nodig voor normale werking. Verwijder en vervang bij voedingsredundante systemen slechts één PSU tegelijk in een systeem dat is ingeschakeld.
Volg de veiligheidsrichtlijnen in de Veiligheidsinstructies.
Koppel de voedingskabel los van het stopcontact en van de PSU die u wilt verwijderen.
Verwijder de kabel van het bandje op de PSU-hendel.
Ontgrendel, til of verwijder het optionele accessoire voor kabelbeheer als dit het verwijderen van de PSU belemmert.
Opmerking: Voor informatie over het kabelbeheer wanneer de PSU wordt verwijderd of geïnstalleerd terwijl het systeem zich in een rack bevindt, raadpleegt u de documentatie over de kabelbeheerarm van het systeem op https://www.dell.com/poweredgemanuals.
Een voedingseenheid verwijderen:
Druk op de ontgrendeling, houd de PSU-hendel vast en schuif de PSU uit het compartiment.
Een voedingseenheid plaatsen:
Schuif de PSU in het PSU-compartiment totdat de ontgrendeling vastklikt.
Volgende stappen:
Als u het accessoire voor kabelbeheer hebt ontgrendeld of verwijderd, installeert u het opnieuw of vergrendelt u het opnieuw. Voor informatie over het kabelbeheer wanneer de PSU wordt verwijderd of geïnstalleerd terwijl het systeem zich in het rack bevindt, raadpleegt u de accessoiredocumentatie voor kabelbeheer van het systeem op https://www.dell.com/poweredgemanuals.
Sluit de voedingskabel aan op de PSU en steek de kabel in een stopcontact.
LET OP: Wanneer u de voedingskabel aansluit op de PSU, moet u de kabel met de band aan de PSU bevestigen.
OPMERKING: Wacht bij het installeren, hot swappen of hot adden van een nieuwe PSU 15 seconden totdat het systeem de PSU herkent en de status ervan bepaalt. De PSU-redundantie kan pas optreden nadat de detectie is voltooid. Het statuslampje van de PSU wordt groen om aan te geven dat de PSU goed werkt.