Volg de veiligheidsrichtlijnen in Veiligheidsinstructies.
Volg de procedure in Voordat u werkzaamheden in de computer verricht.
Zet het systeem uit, inclusief alle aangesloten randapparatuur.
Haal de stekker van het systeem uit het stopcontact en koppel de randapparatuur los.
Verwijder de bovenplaat van het systeem.
Verwijder de risers als deze zijn geïnstalleerd.
De LOM-riserkaart verwijderen:
Draai met behulp van een kruiskopschroevendraaier #2 de schroeven los waarmee de LOM-riserkaart aan de systeemkaart is bevestigd.
Maak de twee plastic drukknopen aan de blauwe kant los die de LOM-riserkaart vasthouden.
Houd de LOM-riserkaart vast aan de randen aan weerszijden en til deze op om deze uit de connector op de systeemkaart te verwijderen.
Schuif de LOM-riserkaart naar de voorkant van het systeem totdat de Ethernet-connectoren of de Small form-factor pluggable (SFP) uit het slot aan de achterkant van het systeem zijn verwijderd.
De LOM-riserkaart installeren:
Lijn de connectoren op de LOM-riserkaart uit met het slot op het systeem.
Druk op de LOM-riserkaart totdat deze stevig op de connector van de systeemkaart is bevestigd en de twee blauwe plastic klemmen houden de LOM-riserkaart op zijn plaats.
Plaats met behulp van een kruiskopschroevendraaier #2 de schroeven terug om de LOM-riserkaart aan de systeemkaart te bevestigen.
Als u de risers hebt verwijderd, installeert u deze.
Volg de procedure in Nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht.
Installeer de bovenplaats van het systeem.
Sluit de randapparatuur weer aan en sluit het systeem aan op het stopcontact.
Schakel de aangesloten randapparatuur in en schakel vervolgens het systeem in.